Column

 

< vorige column
30 maart 2011
Door: Mark Nieuwenhuizen

Halfgaar verzet



‘Waar heb jij toch die interesse voor koken vandaan,’ vraagt mijn moeder terwijl ik voor haar aan het koken ben. Het is een verhaal wat ik haar wel vaker heb verteld, maar op deze leeftijd laat haar geheugen haar steeds vaker in de steek. Dat ik het niet van huis uit heb meegekregen, kan ze zich nog wel herinneren.

Bij ons vroeger thuis werd er alleen op zondag een beetje meer gedaan dan aardappels, groenten en vlees. Koken was niet alleen geen hobby van mijn moeder, ze gebruikte het zelfs als een vorm van stil verzet tegen mijn vader met wie ze een langdurige maar niet zo'n heel gelukkige relatie had. 

Mijn vader was destijds geen liefhebber van enige culinaire uitspatting zoals overigens een hoop mannen van zijn generatie. Van mijn oma wist ik dat hij was grootgebracht op aardappelen met een droog en donzig kruimig randje van buiten. Jarenlang hoopte hij dat zijn eega die eenvoudige culinaire perfectie zou bereiken. Elke avond echter kwam hij bedrogen uit.

De aardappels die daar in de schaal lagen te dampen waren alles behalve kruimig. Het vlees was in de meeste gevallen eenvoudig doch goed bereidt en ook op de gekookte groenten was voor die tijd niet veel aan te merken. De aardappelen echter, waren een ander verhaal. Niets geen fluffy buitenkant maar een stapeltje glanzend gele bollen waar de snijranden van het grof schillen nog duidelijk waren te zien. Met enige regelmaat kwam het dan ook voor dat wanneer je een vork in het knolgewas zette, het metaal geen grip had en de pieper min of meer de kamer in werd gelanceerd. De aardappels van mijn moeder waren alles behalve gaar en ik herinner mij dan ook nog levendig de wat trieste blik van mijn vader als er elke dag weer drie biljartballen op zijn bord werden gelegd waar de jus ook nog eens direct vanaf gleed en een waterig plasje op zijn bord vormde. 

Pas veel later, nadat ze al een paar jaar uit elkaar waren, kwam de aap uit de mouw en vertelde mijn moeder wat de ware reden was van de halvegare aardappelen. ‘Ik weet best hoe je aardappelen fatsoenlijk kookt," zei ze besmuikt. "Je vader hield niet van dingen als nasi en spaghetti en hij mopperde als er geen aardappelen, groenten en vlees op het menu stonden. Door elke avond ongare piepers op tafel te zetten, hoopte ik dat hij van gedachte zou veranderen. Later werd het meer mijn dagelijkse pesterijtje uit onvrede over ons huwelijk. Het was mijn vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, mijn dagelijks en halfgaar verzet.’

 


blog comments powered by Disqus
 
 
 
 

 

Recente reacties

 
 
 

 

Zoek column

Vul een zoekterm in.