Laat ik het maar bekennen: ik ben geen wildplukheld. Al jaren is het reuze hip om te eten uit de natuur. Steve Irwin-achterige taferelen ontpoppen zich. Filmpjes waarin charmant enthousiaste mannen met een mandje naast een paddenstoel staan, live verslaggevend van wat ze zien. Een determinatiegids hebben ze al niet eens meer nodig, want dit schudden ze zo’n beetje uit hun mouw.
Dan zelfvoorzienend leven, een trend in het verlengde van de wildplukkerij. Moestuinen, zelf brood bakken in je tuinoven, siropen maken. Allemaal vrij relatief trouwens, want je bierbrouwpakket bestel je natuurlijk wel online.
Goed, laat ik ook eens hip doen, dacht ik enkele jaren geleden. Ik begon bij de Wildplukwijzer, waarmee je kunt zien wat er waar aan eetbare spul groeit en bloeit. Een wildpluk-antiheld als ik vindt overigens niet altijd wat ie zoekt. In mijn geval komt het niet alleen omdat ik een lousy kaartlezer ben, maar ook omdat ik de neiging heb altijd net ná het bloeiseizoen op zoek te gaan. ‘De daslook staat in bloei!’ gonst het dan bijvoorbeeld in de wildplukwereld. Tegen de tijd dat ik ontdekt heb waar dan precies, is het seizoen alweer voorbij. Bovendien durf ik daslook niet eens te plukken, want dat is verboden.
Twee jaar geleden deed ik mijn eerste wildplukpoging. Ik fietste naar een plek waar een appelboom zou moeten staan. Maar ik zag geen appels. Of ik naar de juiste boom keek, weet ik eigenlijk niet.
En vorig jaar: project vlierbes. In een lokaal park zou deze massaal hangen. En inderdaad zag ik talloze dieppaarse pareltjes hangen. ik zag echter ook twee verschillende bomen naast elkaar die weliswaar allebei op vlierbes lijkende besjes droegen, maar waar ik ook kleine verschillen tussen zag. Ik vertrok dus zonder bessen. Sleedoornbessen nam ik wel mee. Ze bleven maanden in de vriezer liggen, omdat ik niet zeker wist of ik er niet mijn familieleden mee zou vergiftigen. Sommige planten en bomen hebben namelijk niet eetbare dubbelgangers. Hoe weet ik als leek nu of ik met de juiste plant of boom te maken heb? Tja, toch maar die niet zo hippe determinatiegids mee?
Degenen die nu nog durven, kunnen momenteel op zoek naar de vlier. Ook zonder gids vind je deze boom. De bloesem groeit momenteel weelderig en is niet te missen. Vlieren herken je aan de roomwitte, lekker geurende bloesem die in trossen groeit. De takjes hebben vijf blaadjes. Maak er maar Okke’s vlierbloesemsiroop mee.