Eiwit is een belangrijke voedingsstof, en soms kun je wel wat meer eiwitten gebruiken. Hoe zorg je dan voor meer eiwitten in je maaltijd?

  1. Kies de juiste vlees– en vissoorten:
    Als je vlees en vis eet, neem dan de magere soorten. Die bevatten meer eiwitten per portie dan vette soorten. Voorbeelden zijn kipfilet, kalkoenfilet, varkenshaas, rundergehakt, biefstuk, kabeljauw, koolvis, tilapia of schaal- en schelpdieren.
  2. Kies voor hartig beleg
    Zoet beleg bevat niet of nauwelijks eiwitten. Hartig beleg, zoals ei, kaas, magere vleeswaren, pindakaas en notenspreads leveren je wel eiwit. Je kunt ook dubbel beleg nemen: ham-kaas, of ei met kaas.
  3. Voeg wat peulvruchten toe
    Neem bij de maaltijd wat extra peulvruchten bij je groenten. Of eet een lunchsalade met peulvruchten. Bijvoorbeeld witte bonen, kikkererwten of linzen. Peulvruchten zijn rijk aan eiwitten én vezels, dus dat is ook goed nieuws voor je darmen.
  4. Drink eiwitrijk
    Water, koffie en thee zonder suiker zijn de aanbevolen dranken, maar die bevatten geen van drieën eiwitten. Drink je koffie bijvoorbeeld met warme (opgeklopte) melk en neem elke dag melk, yoghurt of  karnemelk. Je kunt ook zelf een smoothie maken van yoghurt en fruit.
  5. Kies voor kwark
    Kwark is een eiwitrijk zuivelproduct. Lekker als ontbijt met granola en vers fruit. Maar je kunt van kwark ook een bodem voor een hartige taart maken, pannenkoeken, of een dip voor rauwkost.
  6. Eet eiwitten tussendoor
    Een blokje kaas, een gekookt of gevuld ei, een handje noten of een plakje vleeswaren: dat zijn tussendoortjes die weer wat extra eiwit leveren.

Cursus

Wist je dat je meer eiwitten nodig hebt vanaf je 60e levensjaar? Je leest er meer over in onze nieuwste cursus: "Zo word je gezond oud!" Je koopt de cursus voor € 9,50 in onze winkel.