Een klassieker uit de Franse keuken: tarte tatin. Een soort omgekeerde appeltaart, waarbij de appels onderin de ovenschaal liggen en het deeg er bovenop. Tarte tatin vind je vaak op de dessertkaart van restaurants, maar het is natuurlijk veel leuker om zelf te maken.

Meng in een kom 200 gram bloem, 125 gram in blokjes gesneden roomboter en 1 mespuntje zout met een keukenmachine. Zodra een kruimeldeeg ontstaat voeg je 1 ei toe. Doe de keukenmachine nog kort aan totdat er een bal ontstaat. Bewaar het deeg afgedekt voor minimaal 30 minuten in de koelkast. Verwarm de oven voor op 180 ˚C. Schil 1 kilo appels (bijv. jonagold, cox of fuji) en verwijder de klokhuizen. Snij de appels in grote parten. Verwarm 30 gram roomboter met 100 gram rietsuiker in een pan op laag vuur. Voeg zodra het mengsel begint te borrelen de appels toe en laat nog 8 minuten zacht pruttelen. Roer af en toe de appels om. Schep de appels plus het suikermengsel in een ronde ovenschaal met een diameter van ongeveer 30 cm. Bestuif het werkblad met een beetje bloem en rol het deeg uit tot een ronde lap.
Bedek de appels met het deeg en prik er enkele luchtgaatjes in. Bak de taart in 35 minuten gaar in de oven.

Laat de taart een beetje afkoelen. Leg een groot bord op de taart en draai samen met de ovenschaal snel om zodat de appeltjes boven liggen. Serveer de tarte tatin warm.
 

Recepten voor nagerechten